Blog

De ontdekking van de paprika

Geschreven op maandag 30 januari 2017

Wist je dat tijdens één van de ontdekkingsreizen van Columbus, een scheepskok degene was die de paprika ontdekte ergens in een ver land? Tenminste....... volgens mijn verhaal. Maar het had zomaar eens zo kunnen zijn gegaan.

De van oorsprong Spaanse Julio stond, samen met zijn Nederlandse vrouw Anita, in de tuin naar het bijna in elkaar gezakte huis te kijken. Het moest ooit een aardig huisje zijn geweest, maar het half ingezakte dak, de golvende ramen en het houtwerk waar je de verfkleur niet meer kon herkennen, omdat de verf er inmiddels vanaf was gebladderd, gaven het geheel een triest aanzicht.

Het was niet meer dan logisch dat op het erf het verschil tussen pad, gras en tuin ook niet meer zichtbaar was.

Anita verbrak de lange stilte waarin ze alleen maar sprakeloos naar het huis hadden staan staren.

“En hier heeft hij tot zijn dood in gewoond?”

Julio deed geen moeite hier op te antwoorden. Ze wist het antwoord al. Dat wisten ze allebei.

Groot was Julio’s verbazing geweest toen hij een brief uit Spanje ontving van een notaris, waarin die hem vertelde dat een oudoom (waarvan hij het bestaan niet afwist) een nalatenschap had waar hij als enig overgebleven familielid recht op had.

Julio en Anita namen vakantiedagen op en vertrokken naar Spanje.

Ze waren eerst bij de notaris langs geweest. Hij had hun uitgelegd dat er geen geld meer was, maar dat het onroerend goed vrij was en vanaf nu hun eigendom.

Pedro Reyes, de oudoom van Julio, had geen kinderen of naaste verwanten gehad en daarom besloten alles wat hij had zelf op te maken. Geld gebruiken om het huis op te laten knappen vond hij zondegeld. Daar kon hij wel iets beters mee doen.

Wat dat beters was, daar kon je alleen maar naar raden.

“Slopen laten”, was het enige dat Julio kon bedenken als antwoord op de vraag wat ze hiermee aanmoesten.

Anita knikte, hier was toch niets meer van te maken. Julio draaide zich om en begon terug naar de weg te lopen toen Anita vroeg: ”Wil je niet even binnen kijken?”

“Ik niet.”

“Ben je dan helemaal niet nieuwsgierig.”

“Ik niet.” Julio was een man van weinig woorden.

“Maar ik wel. Kom op, laten we even binnen kijken. We moeten het huis waarschijnlijk toch zelf leeghalen voor de sloop. Wie weet wat we ontdekken. ” Anita’s gevoel voor avontuur was al aangewakkerd vanaf het moment dat de brief van de notaris op de mat was gevallen.

Julio haalde zijn schouders op en Anita vatte dat op als een “oke”.

“Heb je de sleutel?”

“Ik denk niet dat we die nodig hebben.”

En inderdaad, bij de voordeur aangekomen zagen ze dat die zo goed als vermolmd was. Wel zat de deur op slot, maar dat had weinig effect, want je kon de brokken zo van de deur aftrekken.

Voorzichtig stapten ze over de drempel, of wat daar van over was, de donkere gang in.

Ze bleven even staan om hun ogen te laten wennen aan het gebrek aan daglicht.

“Het ruikt muf.”

“Vind je het gek? Het weer heeft bijna vrij spel in deze ruïne.”

Samen bekeken ze de benedenverdieping. Er stond maar heel weinig aan meubels. Alles oud en kapot. Alleen de keuken zag eruit alsof er niet zo heel lang geleden nog gebruik van was gemaakt.

Terwijl in de andere vertrekken alles onder een dikke laag stof was bedolven en de spinnenwebben de overhand begonnen te krijgen, was de keuken nog redelijk onderhouden.

Dat wil zeggen dat het er opgeruimd uitzag, minder stof op aanrecht en keukentafel was te zien en de spinnenwebben nog maar pas waren begonnen het vertrek over te nemen.

“Dit was duidelijk het meest gebruikte vertrek”, zei Anita terwijl ze nieuwsgierig wat keukenkastjes opende en de magere inhoud bekeek.

“Nou, ik heb genoeg gezien”, zei Julio en liep de keuken uit.

“Nu boven nog.”

‘Mooi niet. Die trap is volgens mij levensgevaarlijk.”

Maar Anita stond al op de eerste trede. En om Julio te bewijzen dat het best wel veilig was, maakte ze op de plaats een paar sprongetjes. De trede kraakte wel, maar verder was er niets aan de hand. “Niks aan de hand.”

“Anita doe nou niet!”

Anita stapte vastbesloten op de volgende trede, die prompt onder haar gewicht bezweek.

Snel greep ze zich vast aan de leuning, maar dat was een vergissing. Ze nam het grootste deel van de leuning mee in haar val.

“Anita! Idioot! Luister dan toch eens een keer!”  Hij was niet echt boos, maar hij was zich rot geschrokken en bang dat zijn vrouw zich had bezeerd in haar val.

“Niets aan de hand,” lachte ze, “Ik heb me niet bezeerd.”

“Gelukkig, kunnen we nu naar huis?” vroeg Julio terwijl hij Anita overeind hielp.

“Ben je gek. Ik ga naar boven. Ik ga niet weg voor ik alles heb gezien.”

Julio zuchtte. Uit ervaring wist hij dat hij haar toch niet op andere gedachten kon brengen.

“Doe in Godsnaam voorzichtig,” bromde hij en durfde vervolgens bijna niet te kijken hoe Anita voetje voor voetje, heel voorzichtig, de trap beklom. Sommige treden waren sterk genoeg, anderen begonnen te breken en weer anderen waren al gebroken. Heelhuids kwam ze uiteindelijk boven.

“Ik ben er”, riep ze overbodig naar beneden.

Julio was niet van plan het risico te nemen zijn ledematen te breken, dus hij bleef, min of meer geduldig, afwachten tot Anita haar nieuwsgierigheid had bevredigd.

“Er zijn maar twee kleine slaapkamertjes en er staat bijna niets in. Alleen een bed, niet eens opgemaakt, en een kast…. “ Julio hoorde een deur piepend opengaan. “.. waar niets interessants in te vinden is, helaas.”

“Leuk,” reageerde Julio, niet echt enthousiast.

“Er is nog een trap. Naar een zolder. Daar is vast wel iets te vinden.”

Julio kreunde, maar deed geen poging haar ervan af te brengen die trap op te gaan. Dat had toch geen zin wist hij. Hij hield zijn adem in en verwachtte elk moment weer gekraak en een val te zullen horen. Maar het bleef stil. Lange tijd zelfs. Langer dan Julio wilde.

“Anita? …. Anita!”

“Julio?”

Hij schrok van de toon van haar stem.

“Anita!” Vergeten waren zijn zorgen om zijn ledematen. Zo snel hij maar kon vloog hij de trap op en kwam boven op het moment dat er een luid gekraak klonk en er wat met veel lawaai en een geschrokken gil van Anita naar beneden viel.

“Anita!”

Hij liep de kamer in waarvandaan het geluid was gekomen, stond even perplex en vervolgens schoot hij in de lach. Hij kon er niets aan doen. Anita zat op haar knieën midden op een matras op de grond. Het bed waar het matras op had gelegen had de gewelddadige aanslag niet overleefd en lag in stukken om het matras. Anita met grote ogen van schrik gemengd met triomf zat daar in het midden met brokstukken van het plafond om haar heen. Ze was overdekt met stof, houdmolm en spinnenrag en hield een blikken trommel als een schat tegen haar borst gedrukt.

Ze was duidelijk niet gewond en deze aanblik werkte dusdanig op de lachspieren van Julio dat hij zich voorover boog, slap van de lach en met zijn handen op zijn knieën steun zocht.

“Je ziet eruit als een levende ragebol,” wist hij met moeite uit te brengen. “Mijn God, is dat lachen.”

“Ik ben blij dat je erom kunt lachen. Voor hetzelfde geld was ik zwaar gewond!”

Deze opmerking was voldoende om een nieuwe lachbui op te wekken bij Julio.

Hij liet zich op de grond zakken, want hij had de kracht niet meer om op zijn benen te blijven staan.

“Nou ja zeg!” Maar Anita kon haar lachen nu ook niet meer inhouden. Lachend rolde ze over het matras, door het gruis en de puin, maar bleef haar schat stevig vasthouden.

Even later zaten ze naast elkaar op de grond en bestudeerden de gevonden schat.

“Het is in ieder geval een oud ding, dat is zeker.”

“Probeer jij hem eens open te maken, ik red het niet.”

Julio deed zijn best, maar het lukte hem ook niet.

“Neem hem maar mee, we zullen gereedschap nodig hebben om dat ding open te krijgen.”

 Nu Anita haar schat had gevonden, had ze haar belangstelling voor het huis verloren.

Ze wilde terug naar het hotel , het blik openen en kijken wat erin lag.

“Zullen we gelijk bij een makelaar langsgaan? Dan hebben we het maar gehad.”

Anita dacht even na. Het was een redelijk en voor de hand liggend voorstel en normaal gesproken zou ze er ook enthousiast op hebben gereageerd, maar nu betekende het dat ze haar nieuwsgierigheid nog langer moest zien te bedwingen.

Voorzichtig opperde ze: “Je zou ook alleen kunnen gaan en mij eerst afzetten bij het hotel.”

“Waarom dan?”

“Nou eh … “. Julio zou de reden dat ze niet wilde wachten met het bevredigen van haar nieuwsgierigheid, niet accepteren, dus moest ze…. Opeens viel haar oog op haar bestofte kleren en wist ze het juiste antwoord. “Wil je me echt zo mee hebben? Kijk nou eens naar me. Ik ben hard aan een douche en schone kleren toe.”

 Julio keek even opzij. “Oh ja. Je hebt gelijk. … Dan gaan we eerst terug naar het hotel. Dan kun jij douchen en zoek ik intussen wat adressen van makelaars op. Het is misschien ook maar beter om eerst telefonisch een afspraak te maken in plaats van onaangekondigd binnen komen vallen.”

Dit was niet helemaal wat Anita in haar hoofd had gehad, maar goed. “Ja, dat denk ik ook.”

Terwijl Anita even later onder de douche stond, ging Julio naar de receptie om te informeren naar een geschikte makelaar. Onder de douche stond Anita te bedenken wat er in dat blik zou kunnen zitten. Ze had er al mee geschud, maar er rammelde niets. Er schoof wel iets heen en weer.

Vast iets van papieren of zo. En… zo corrigeerde ze zichzelf, het blik was niet gewoon blik. Het was van tin gemaakt, dacht ze. Een tinnen blik of tinnen opbergdoos of hoe je het ook moest noemen.

Opgefrist en in schone kleren, nam ze haar blik mee naar het balkon en ging daar in het middagzonnetje zitten. Ze bekeek haar schat van alle kanten, maar zag geen mogelijkheid om het op een eenvoudige manier open te maken. Ze legde het blik op tafel in liep de kamer in op zoek naar iets dat ze kon gebruiken. Geen gereedschap op de hotelkamer. Dit bracht haar naar hun toilettassen. Een vijl, een nagelschaartje. Het nagelschaartje was te dik om tussen het blik en de deksel te duwen. Het vijltje? Ze schudde twijfelend haar hoofd. Het was een duur vijltje en de mogelijkheid dat het kapot zou gaan in haar poging een opening te forceren was aannemelijk.

Zonde. Wacht. Julio had een zakmes. Dat was het meest ideale. Maar lag dat ding hier ergens of had hij hem op zak? Ze voelde in de zakken van de broek die hij de dag ervoor aan had gehad. Niets.

Waar bleef hij nou toch.

Ze had net besloten dan maar naar de receptie te gaan om te kijken waar hij bleef toen hun kamerdeur openging en Julio naar binnen stapte met een papiertje in zijn hand.

“Ik heb een adres.”

“Mag ik je zakmes?”

“He?”

“Je zakmes.”

“Wat moet je daarmee?”

“Mijn schat openmaken.”

“Je …. Oh dat ding.”

“Dat ding?”

“Dat zal even moeten wachten, want ik heb een afspraak voor over een half uur. Dit is het adres.”

Anita vond dat helemaal niet interessant. “Je kan toch alleen gaan?”

“Waarom zou je niet meegaan? Je bent weer schoon en fris .. hmmm en je ruikt ook lekker.”

Julio duwde zijn neus in haar nek, wat ze normaal gesproken wel prettig vond, maar waar ze nu niet voor in de stemming was.

“Ik ga niet mee. Ik wil je zakmes. Ik heb andere bezigheden.”

Niet echt diplomatiek, zeg maar gewoon kortaf, bot. Julio keek haar dan ook verbaasd aan.

“Ja sorry hoor,” krabbelde ze een beetje terug, “Ik wil gewoon niet langer wachten met het openmaken van dat blik.”

Julio bleef haar zwijgend aankijken, waardoor ze zich gedwongen voelde er: “Alsjeblieft?” aan toe te voegen.

Nog steeds zwijgend haalde Julio zijn zakmes uit zijn zak en stak het haar toe.

Met gebogen hoofd nam ze het mes aan en keek schuin naar hem op.

“Ben je nu boos?”

Julio dacht hier even over na. “Nee … niet boos. Misschien een beetje teleurgesteld, maar niet boos. Ik had het kunnen verwachten. Ik ken je toch?”

“Ik maak het weer goed. Echt.”

“Ja, ja. Doe jij nou maar wat je vind dat je moet doen, dan ga ik naar die makelaar.”

Hij gaf haar een snelle kus en was de kamer uit voor ze nog iets had kunnen zeggen.

“Oeps! Niet boos hé?”

Tien minuten later was ze op zoek naar een pleister. Haar verwoedde pogingen het blik open te krijgen had als enig resultaat een bloedende vinger. Ze was met het mes uitgeschoten.

Ze kon het mes wel tussen het deksel en het blik krijgen, maar het leek wel dichtgelijmd of zo.

Terwijl ze haar vinger verbond, bedacht ze dat wanneer er lijm tussen zat, ze die misschien het beste kon verwijderen door de lijm te verwarmen, proberen vloeibaar te maken.

Maar waarmee? Heet water zou waarschijnlijk niet voldoende zijn. Vuur had ze nodig.

Ze keek om zich heen. Roken deden ze geen van beiden, dus een aansteker hadden ze niet. En verder was er in een hotelkamer ook niets om een vuurtje mee aan te maken. Logisch natuurlijk.

Waar … een keuken. In een keuken was vuur te vinden. Met het blik onder de arm en het mes in haar hand, ging ze op zoek naar de keuken van het hotel.

Ze moest al haar charme in de strijd gooien om uiteindelijk toestemming te krijgen te doen wat ze wilde doen. Na nog eens tien minuten en een paar bijna verbrande vingers, slaagde ze in haar missie.

Het deksel was los. Haastig ging ze terug naar hun kamer, dook met blik en al op het bed en bereidde zich voor op wat er tevoorschijn zou komen zodra ze het deksel op zou tillen.

Ze ging in kleermakerszit op het bed zitten en haalde een paar keer diep adem om tot rust te komen.

“Daar gaat ie dan,” zei ze, terwijl ze diep ademhaalde. Langzaam tilde ze het deksel op en legde dat opzij om naar de inhoud van het blik te kunnen kijken.

Papier. Volgeschreven vellen papier. Ze pakte het bovenste blad en las: “Mi nombre es  Alejo Reyes.”

Anita hield haar adem in. Het was van een familielid, een verre voorvader uit de stam Reyes, waarvan Julio nu de laatste was. Ze prees zichzelf gelukkig dat haar beroep vertaalster was. Spaans nog wel. En dat ze zich, zuiver omdat het haar interesseerde, had gespecialiseerd in oud Spaans.

Dat kwam nu goed van pas. De geschreven taal leverde voor haar geen problemen op. Het was het handschrift en op sommige plaatsen de uitgelopen inkt die zorgden dat ze hier en daar wat moeite had met de tekst. Ze ging er eens goed voor zitten en begon te lezen.

”1492? Allemachtig! Dat is lang geleden.” Dat het papier het al die eeuwen had overleefd, kwam waarschijnlijk doordat het luchtdicht verpakt was geweest in de trommel. Terwijl ze verder las verwonderde ze zich steeds meer over wat Alejo Reyes had meegemaakt. Hij voer op een schip, de ‘Santa Maria’ en de kapitein daarvan was niemand minder dan Columbus! Zelf was hij de scheepskok. Het zat dus in de familie.

Julio was ook dol op koken en aan de toestand in de keuken van zijn oudoom te zien, hield die waarschijnlijk ook wel van wat kokkerellen.

Alejo, zo las Anita, was vol verwachting aan de reis begonnen, maar toen ze na maanden op zee, nog steeds geen land hadden gezien, begon hij te twijfelen. Onder andere aan de verhalen van zijn kapitein, die beweerde dat ze helemaal niet zo ver van hun thuishaven afwaren. Daar trapte hij niet meer in. Voor zover hij wist voeren ze niet in cirkels en ook niet achteruit, dus na zo’n lange tijd op zee, moesten ze wel heel ver van zijn thuisland Spanje verwijderd zijn. Hij was niet de enige die ongeduldig werd en genoeg had van de zee. Er werd gemopperd en ze hitsten elkaar op. Het werd op een gegeven moment zelfs zo erg, dat enkelen dreigden Columbus overboord te gooien. Maar de dreiging werd nooit uitgevoerd, want ongehoorzame zeelieden zouden aan de galg worden gehangen. Alejo had het druk met het bereiden van maaltijden voor de bemanning en de kapitein.

Soms werd het kritiek wat betreft het drinkwater, maar dan kwam er weer een flinke stortbui en werd het water opgevangen in een zeil dat tussen de masten was gespannen.

Het drinkwater zuiver houden was weer een ander probleem. Dit werd opgelost door er een scheut wijn in te doen. Het verse voedsel was inmiddels allang niet meer te eten. Het was bedorven of er zaten maden en kevers in. Bijvoorbeeld in het scheepsbeschuit. Maar omdat er niet veel te eten meer was, werden de beestjes eruit gehaald en het beschuit alsnog opgegeten. Niet vreemd dat er veel bemanningsleden ziek werden en sommigen zelfs stierven. Er was een groot gebrek aan fruit en groente voor de broodnodige vitamines.

Scheurbuik was veel voorkomend. Door de sterfte aan boord werd het werk voor de overblijvers steeds zwaarder. Ze moesten ook het werk van hun overleden maten erbij doen.

Alejo was razend enthousiast toen er eindelijk land in zicht kwam. Dit was hun kans om hun voedselvoorraad aan te vullen en weer even vaste grond onder hun voeten te voelen.

Hij keek zijn ogen uit, want de mensen die ze zagen, volgens Columbus waren het Indianen, waren allemaal naakt. Maar zoals hij hun naaktheid vreemd vond, merkte hij dat de Indianen hun kleding vreemd vonden. Maar hij bemoeide zich verder niet met zaken die alleen Columbus aangingen. Hij had zijn handen vol aan het ontdekken van nieuw en vers voedsel. Dat was zijn missie. En daar slaagde hij heel goed in. De Indianen verbouwden hun eigen groenten en kruiden. En Alejo bleef dicht in de buurt van de vrouwen die het land bewerkten en de groenten en kruiden plukten en bewerkten voor het eten. Hij kon niet met ze praten behalve met gebarentaal, want ze spraken elkaars taal niet.

De vrouwen merkten zijn interesse op voor hun voedsel en lieten hem zien wat ze met hun groenten en kruiden deden. Hoe ze het verwerkten in hun maaltijden. Hij mocht ook proeven en deed allemaal nieuwe ideeën op. Er was een vrucht, of was het groente, die erg kleurig was en lekker pittig van smaak. De Indianen maalden deze vrucht fijn door hun voedsel. Het leek wel wat op pepers, maar was anders van vorm. Meer een bol, dan langwerpig zoals de peper. En de smaak was ook niet helemaal hetzelfde. Het intrigeerde Alejo en hij vroeg, met gebruik van veel gebaren, of hij er ook mee mocht experimenteren. De Indianenvrouwen lieten hem zijn gang gaan en keken lachend toe terwijl hij zijn fantasie de vrije loop liet.

Voor ze verder voeren had Alejo een hele voorraad van deze inheemse vrucht ingeladen en dankbaar en enthousiast afscheid genomen van zijn nieuwe vrienden.

Anita legde de vellen papier terug in hun bewaarplaats, waarna ze eerbiedig het deksel erop terug plaatste en haar hand op het blik liet rusten. Ze leunde achterover op het bed, sloot haar ogen en droomde van Alejo de scheepskok, die, zoals zij had opgemaakt uit zijn beschrijving, de eerste westerling was die de paprika had ontdekt.

Als Julio ooit een restaurant zou openen en ze wist dat hij dat graag wilde, dan zou die paprika en de geschiedenis van Alejo daar op de één of andere manier een rol in moeten spelen.

Het restaurant zou bijvoorbeeld ‘De Rode Paprika’ of ‘Alejo’s Ontdekking’ moeten heten of ……

Hoe zou jij dat restaurant noemen???

Wat voor recept zullen we hierna plaatsen........ iets met .... eh ..... paprika, misschien?

De lekkere en gezonde paprika? Zie voor alle informatie over paprika's www.voedingscentrum.nl/paprika

Dan gaan we voor een gevulde paprika.

 Hoofdgerecht voor 4 personen.

Benodigdheden;

4 paprika’s

4 ons rundergehakt

2 uien

150 gram gemengde paddenstoelen

4 el chilisaus

1 el ketjap

4 el Griekse yoghurt

1 tl chilivlokken

Geraspte kaas

Zout, peper, paprikapoeder, suiker

Bereidingswijze;

 

Paprika’s rond het steeltje insnijden en deze met de zaadlijsten verwijderen.

Paprika’s 5 minuten koken en daarna laten uitlekken.

Het gehakt kruiden zoals u gewend bent en rul bakken. Hierna laten uitlekken in zeef.

Ui en paddenstoelen fijnsnijden, bakken en op smaak brengen met peper en zout.

Het uitgelekte gehakt toevoegen en het geheel flink op smaak brengen met chilisaus en ketjap.

Met dit mengsel de paprika’s vullen. Zet ze in een ingevette ovenschaal, dek ze af met aluminiumfolie en smoor ze gaar in ongeveer 25 minuten op 180 graden (hete lucht) of 200 graden (elektrisch).

Meng door de Griekse yoghurt een el suiker, zout, peper en de chilivlokken.

Haal na 25 minuten de paprika’s uit de oven, verwijder het folie en verdeel de yoghurt over de paprika’s. Strooi hierover wat geraspte kaas en zet het geheel nog even onder de gril tot de kaas is gesmolten.

Delen op Facebook Delen op WhatsApp

Terug naar het blog