Blog

Mijn ondernemende opa

Geschreven op zondag 2 april 2017

Nog verder terug in de tijd. In de tijd van mijn opa. Toen ging alles nog anders.

Mijn opa en zijn leven als tuinder.

Je weet wel, het tweede huis na het eerste bruggetje. Vroeger Breggegroet (Bregge zijn bruggen en groet is een grasakker) genoemd, nu beter bekend onder de naam Daalmeerpad. Daar woonde mijn opa met zijn gezin.

En hij was tuinder. Vanaf zijn dertiende jaar, na vijf klassen school te hebben doorlopen, kon je hem al vinden op het land.

Ondernemend als hij was besloot hij, nota bene in de jaren 30, de crisisjaren, voor zichzelf te gaan beginnen. Gedeeltelijk dan. Hij pachtte een paar akkertjes die hij zelf bewerkte en ging daarnaast werken bij anderen. Iedere keer als er weer een stukje land vrijkwam, pachtte hij het.

Zo kwam het dat hij in de jaren 50 op wel 18 of 19 verschillende plaatsen akkers had.

In die tijd waren er veel meer sloten, dus ook veel meer aparte stukken grond, een soort van eilandjes.

Van dichtbij Huiswaard tot vlakbij de spoorbrug, de Daalmeer en de Zomersloot, ook wel “om de west” genoemd. Met name dat land was moeilijk te bewerken, omdat het zware klei was.

Ook verschilden de akkers van grootte. Dichtbij Broek, waar meer water zorgde voor grotere sloten, waren de akkers kleiner dan dichter naar Alkmaar, waar minder water was, de sloten kleiner en de akkers groter.

Tuinder zijn is gokken. Gokken op welke soort kool het meest zou opbrengen. Tenslotte gaat het om vraag en aanbod. Mooi was het als je de kool wat langer goed kon houden, want wanneer het in Duitsland begon te vriezen, kon de kool een stuk meer opbrengen.

Maar kool was niet het enige product dat mijn opa teelde. Hij had bijvoorbeeld in de oorlog ook een akker met tarwe. De geoogste tarwe liet hij malen en het meel verkocht, of eigenlijk ruilde, hij met de bakker voor brood. Grauwe erwten was een geliefd product bij mensen uit omliggende plaatsen. Zij gingen er speciaal voor naar het tweede huis na het eerste bruggetje in Sint Pancras.

De oogst bracht je naar de veiling in Broek op Langedijk, waar je het zelf kon veilen. Je kon het ook laten doen. Door een “pikkenier”. Je bracht je groente naar de “pikkenier” en hij zorgde ervoor dat het bij de veiling kwam en werd geveild.

In beide gevallen gold dat de betaalmeester van de veiling, eens in de zoveel tijd bij de tuinders langs ging om ze de opbrengst uit te betalen.

Om zoveel mogelijk te verdienen bij de veiling, ging mijn opa, samen met zijn zonen, als het in juni tijd werd voor het oogsten van de aardappelen, voor dag en dauw op, het was nog donker, om tot 08.00 uur, de tijd dat de veiling open ging, aardappels te rooien en die snel naar de veiling te brengen. Als je de eerste was kreeg je een hogere opbrengst voor je aardappelen.

Een goede oogst ging ook samen met een goede bewerking van de grond. Voor grondverbetering werden daarom de sloten uitgebaggerd en die bagger werd over het land verspreid. Dit werd “slikken” genoemd.

Meestal kwam mijn opa tussen de middag thuis om warm te eten. In dat geval had hij alleen een “koppiestik” mee. Wat broodjes en wat thee. Ging hij een hele dag weg, dan ging hij “op stikken”.

Dit betekende dat hij brood en thee en een oliestelletje mee had om de thee op te kunnen warmen.

Hij begon dan ’s morgens om half vier, at om zes uur een broodje met een slokje thee, om negen uur weer, om twaalf uur, om drie uur ’s middags en kwam thuis rond zes uur om warm te eten.

In de winter, in de oorlog, had mijn opa een logé. Hij ging daarvoor op de fiets naar Kolhorn om de logé op te halen en kwam fietsend met een koe naast hem (de logé) weer thuis.

Hij zorgde goed voor het dier, gaf hem goed te eten, zodat hij na de winter met een goedgevulde maag weer terugging naar zijn eigenaar, die daarover zeer te spreken was en hem graag het jaar daarop weer een logé meegaf.

De koe gaf als dank voor de goede verzorging voldoende melk om te drinken, pap mee te maken en boter van te karnen.

Mijn oom en tante kunnen zich nog goed de haardkoeken, ook wel platters of gistboffers genoemd, herinneren die mijn oma op het kolenfornuis maakte.

Die vonden zij het lekkerst om te eten wanneer ze warm van het fornuis kwamen, werden opengesneden en gevuld met zelfgekarnde boter en stroop. In de oorlog maakte mijn oma zelf stroop van suikerbieten.

Mijn tante kan zich ook nog herinneren dat op zondagavond de mat in de keuken werd opgerold, waarna op de betonnen vloer een oliestel werd gezet. Hierop kwam dan een gegalvaniseerde wasketel, gevuld met water waarin de witte was de hele nacht stond te trekken in het sop.

Het was fijn als het harde werken werd beloond met mooie gewassen. Maar nog fijner vond mijn opa het om met het hele gezin op een mooie zomeravond te varen langs de akkers en hen mee te laten genieten van alles wat er groeide en bloeide.

Wat leven wij dan toch in een luxe tijd. Allemaal vormen van gemak. Een auto, wasmachine, centrale verwarming, meer luxe in de keuken en ga zo maar door.

Maar één ding is in ieder geval hetzelfde gebleven. Eten blijven we doen.

De gerechten zijn vaak wat anders nu, door invloeden van buitenaf. We hebben kennis gemaakt met andere producten en geleerd hoe we daarmee om moeten gaan.

Niet alle dagen meer gekookte aardappelen, groente, als je mazzel had een stukje vlees en jus.

Maar we genieten er nog steeds met elkaar van. Fijn dineren aan tafel met familie, vrienden of collega's. Zelf koken of een ander als prive kok voor je laten koken.

Tegenwoordig kan alles.

Een aardappelrecept lijkt me hier wel van toepassing:

Hasselback aardappel voor 4 personen;

Ingrediënten

8 aardappels (vastkokend)

20 gr boter

30 ml olijfolie

Peper en zout 

50 gr parmezaanse kaas (of andere harde kaas)

Bereiding

Verwarm de oven op 200 graden. Boen de aardappels goed schoon. Smelt de boter in een pannetje en roer de olijfolie er door. Leg de aardappel op een (grote) lepel en Snijd in hele dunne schijfjes. De lepel zorgt er voor dat je de aardappel niet helemaal doormidden snijd. Leg de aardappelen in een ovenschaal en vul de inkepingen met kaas. Schenk de het oliemengsel er over en bestrooi met peper en zout. Zet de aardappels een uurtje in de oven.

Geplaatst in de categorie vroeger, met recept

Blogartikel delen op Facebook