Blog

De zoon van mijn opa

Geschreven op maandag 15 mei 2017

En toen werd mijn ondeugende vader geboren. Altijd in voor een geintje. Graag anderen voor de gek houden. Ja, dat was mijn vader.

In het jaar NEGENTIENHONDERD NEGEN EN TWINTIG, den drie en twintigste der maand Juli verscheen voor ons, Ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Sint-Pancras: Rieuwert Spijker, oud zeven en twintig jaren, van beroep tuinbouwer, wonende te Sint-Pancras die verklaarde, dat op den twee en twintigste der maand Juli negentienhonderd negen en twintig, des namiddags ten acht ure, binnen deze gemeente in het huis nommer twee en zeventig is geboren een kind van het mannelijk geslacht, uit zijne huisvrouw Anna Cuperus, zonder beroep, wonende te Sint-Pancras, welk kind zal genaamd worden: Alle .

Deze tekst heb ik letterlijk overgenomen van het geboortebewijs.

Foto van mijn opa en oma.

Mijn vader  was een vrolijke, ondeugende jongen, die vaak het bloed onder de nagels van zijn moeder wist te halen door zijn streken. Ze woonden in Sint Pancras aan het Koedijkerpadje, net over de eerste brug. Op jonge leeftijd wist hij altijd onder de aandacht van zijn moeder te ontsnappen en ze vond hem dan later bij de slootkant. Ze was alle keren precies op tijd, want de kleine Alle kon natuurlijk niet zwemmen. Iedere keer schrok ze zich wezenloos wanneer ze ontdekte dat hij er weer eens vandoor was en ze hem daarna vlak bij het water zag. Toen ze hem voor de zoveelste keer bij het water terugvond werd het haar te veel en besloot ze hem óók eens te laten schrikken, in de hoop dat hij er iets van zou leren. Ze pakte hem op en gooide hem pardoes in het water. Helaas voor haar had het niet het beoogde effect. Hij schrok er niet van, maar had er plezier in, terwijl ze zelf heel erg schrok van haar daad en niet wist hoe snel ze hem er weer uit moest halen.

Later had mijn vader voor gewoonte om samen met een vriendje de argeloze voorbijganger de stuipen op het lijf te jagen. Hij ging daarvoor op de leuning van de brug zitten en deed alsof hij ruzie maakte met zijn vriendje. Op het moment dat de voorbijganger bijna bij ze was, gaf zijn vriendje mijn vader een duw, waardoor deze achterover viel. Het leek alsof hij in de sloot viel, maar in werkelijkheid hing hij aan de leuning. Iedere keer trapten de mensen er in, tot groot plezier van de kwajongens.

Na zijn lagere schooltijd ging mijn vader mijn opa helpen op de akkers. Eén akker was van mijn opa zelf, de anderen huurde hij. Ze verbouwden onder andere aardappelen en andijvie. Maar ook tarwe. Deze tarwe lieten ze in Alkmaar malen en het meel werd naar de bakker gebracht. De betaling bestond eruit dat ze het brood voor de halve prijs, 15 cent, kregen.

 Op zijn zestiende, vlak na het einde van de oorlog, in 1945, ging mijn vader met zijn vrienden naar de meidenmarkt in Broek op Langedijk. Zijn vrienden hadden al een "scharrel" en mijn vader wilde zich niet aansluiten bij een andere vriendengroep, die nog geen "scharrels" had. “Dan nog liever een meid”, schijnt hij gezegd te hebben.

Hier ontmoette hij mijn moeder. Zij woonde aan de Sluiskade in Broek op Langedijk, waar haar vader eerst kistenmaker was en toen dat niet meer rendabel bleek, voor een tuinder ging werken.

Sluiskade in Broek op Langedijk. Het huis, waar mijn moeder is geboren, in de huidige staat.

Het was niet echt liefde op het eerste gezicht, maar ze bleven elkaar toch steeds opzoeken. Tot drie keer aan toe maakte mijn moeder het uit en schreef hem dan later om weer terug te komen. Nadat ze na de derde keer een brief van hem had gekregen die deze keer eindigde met de woorden: “Uw dienstwillige dienaar”, begreep ze dat ze deze streek beter maar niet meer kon uithalen, want dan raakte ze hem misschien wel voorgoed kwijt en dat wilde ze niet.

Hij bleef ook af en toe eten bij de familie Kooij. Maar mijn moeders moeder was een minder goede kok dan zijn eigen moeder en hij vond het dan ook niet alles wat op tafel kwam lekker.  Maar dat durfde hij niet te zeggen, dus had hij bedacht, als ik het snel opeet ben ik er vanaf. Helaas. Oma vond het een compliment voor haar kookkunst, dacht dat hij het juist snel opat omdat hij het lekker vond en schepte hem dan gul een tweede bord op. Oeps. Hij moest het of opeten of zeggen dat hij het niet lekker vond. .... Opeten dus.

 Na zeven jaar "scharrel", trouwden de twee  en trokken in het huisje naast de Gereformeerde kerk aan de Bovenweg  in Sint Pancras.  Ze mochten hier wonen onder voorwaarde dat ze de kosteres  zouden vervangen bij ziekte.

Mijn vader had inmiddels ook de tuinbouwschool doorlopen en had het druk bij mijn opa op de akkers. Vaak gebeurde het dat hij na een lange dag op de akkers, ’s avonds naar Broek op Langedijk ging om in het koelhuis te helpen.

In het koelhuis konden tuinders een ruimte huren waar ze hun voorraden groenten konden opslaan.

 In 1961 verhuisden mijn ouders, inmiddels drie dochters rijker, naar de Rozenlaan. Het witte huisje naast de kerk was te klein geworden voor het groeiende gezin.

In 1964 kwam voorgoed een einde aan het tuinderbestaan voor mijn vader, toen mijn opa besloot te stoppen, omdat hij het lichamelijk niet meer aankon. Die ene eigen akker bleef behouden en verdeeld onder mijn vader en een broer van hem. Het tuinen zat mijn vader in het bloed en in zijn vrije tijd kon je hem meestal wel op de tuin aan de Vronermeerweg vinden. De oogst was teveel voor alleen het gezin, maar daar was wat op gevonden. Thuis de groentestal aan de weg. Een groot succes, want alleen het beste kwam op de stal en de snijbonen al gesneden. Dat zijn groente lekker was, daar twijfelde mijn vader nooit ook maar één moment aan. “Er is niets lekkerder dan groente van zandgrond”.

 19 Oktober 2010 kwam er een einde aan zijn leven. Behalve aardappelen en groenten, had hij ook liefde gezaaid. De oogst was groot.

Een stamppot met aardappelen en prei uit eigen tuin tot besluit voor een lekker etentje thuis met de familie.

Ben je standaard stamppotten een beetje zat? Dan is dit simpele recept voor stamppot met prei en brie de oplossing. Een lekker recept en echt niet moeilijk.

 Ingrediënten voor stamppot prei met brie;

1 kilo aardappelen

750 gram prei in ringen

2 teentjes knoflook of knoflook poeder

250 gram brie (optioneel)

250 gram magere spekblokjes

bakboter

1 bakje cherrytomaatjes

125 ml. crème fraîche

zout

3 el. grove mosterd

Stap 1 - De aardappels schillen en in gelijke stukken snijden.

Stap 2 - Kook de aardappels gaar in water met een beetje zout (ongeveer 25 minuten)

Stap 3 - De knoflook fijn snijden (of een knoflookpers gebruiken)

Stap 4 - De prei in ringen snijden en goed wassen

Stap 5 - De brie in kleine blokjes snijden 

Stap 6 - Tomaatjes even afspoelen.

Stap 7 - De spekjes uitbakken in een koekenpan

Stap 8 - In een hapjespan de knoflook met wat boter bakken.

Stap 9 - Na 1 minuut de prei bij de knoflook doen en gedurende 4 minuten roerbakken.

Stap 10 - Als de aardappels gaar zijn kan je ze afgieten

Stap 11 - De aardappels fijn stampen met de creme fraiche en evt nog wat boter

Stap 12 - Roer nu het prei knoflook mengsel door de aardappels

Stap 13 - Nu de mosterd, de tomaatjes, en de brie door de stamppot roeren

Stap 14 - Breng het geheel op smaak met peper en zout.

Stap 15 - De spekjes apart serveren of ook door de stamppot roeren 

Stap 16 - Aan tafel voor een lekker etentje thuis!

Geplaatst in de categorie vroeger, met recept

Blogartikel delen op Facebook